UA-19815817

Belasting op spaargeld toch niet strijdig met mensenrechten

Belasting op spaargeld toch niet strijdig met mensenrechten

Belasting op spaargeld toch niet strijdig met mensenrechten

De fictieve vermogensrendementsheffing is niet strijdig met de mensenrechten. Dat oordeelde de Hoge Raad vrijdag over de unieke wijze waarop in Nederland belasting wordt geheven over vermogen en vermogenswinst. Met het arrest negeert de Hoge Raad het advies van advocaat-generaal René Niessen.

Die noemde in februari de vermogensrendementsheffing ‘onhoudbaar, willekeurig en disproportioneel’ omdat mensen door het fictieve rendement van 4 procent vaak meer belasting betalen dan ze aan rendement behalen doordat de afgelopen jaren de spaarrente zeer laag is. Het risico is volgens Niessen groot dat de heffing ‘confiscatoir’ is: leidend tot het interen op vermogen. Dat is volgens hem in strijd met het recht van eigendom zoals geformuleerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Het is zeldzaam dat de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal niet volgt. Het hoogste rechtscollege kwam Niessen enigszins tegemoet met het advies aan het huidige en volgende kabinet om de uit 2001 stammende ‘forfaitaire vermogensrendementsheffing’, ook bekend als ‘Box-3’, tegen het licht te houden.

Gecompliceerd systeem

Staatssecretaris Wiebes van Financiën stelt voor om volgend jaar het huidige systeem met één fictief percentage van 4 te vervangen door drie fictieve percentages, afhankelijk van de hoogte van het vermogen. De Tweede Kamer wil dit gecompliceerde systeem niet en in plaats daarvan zo snel mogelijk de huidige fictieve heffing vervangen door een heffing die is gebaseerd op het werkelijk behaalde rendement. 
Het arrest van vrijdag is gewezen in een zaak van een in Noorwegen wonende Nederlander die belasting moet betalen voor zijn huis in Nederland. De fiscus deed of hij een rendement van 4 procent haalde op de WOZ-waarde van dat huis. Zou de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal hebben gevolgd, dan dreigde een miljardenclaim doordat belastingbetalers hun te veel betaalde belasting zouden kunnen terugeisen. Ruim 3 miljoen mensen betalen de vermogensheffing die de schatkist jaarlijks circa 4 miljard euro oplevert.

De fiscus heft 30 procent belasting over het fictieve rendement op vermogen, waardoor iemand jaarlijks 1,2 procent van zijn vermogen aan de schatkist afdraagt. ‘Wie zijn geld louter op spaarrekeningen belegt, haalt dat fictieve rendement van 4 procent niet’, stelde Niessen in februari. Volgens de Hoge Raad kan van de heffing ‘niet worden gezegd dat het elke redelijke grond ontbeert’. Wel oordeelt de hoogste rechter dat wanneer het fictieve rendement in werkelijkheid onhaalbaar is, dat dan ‘van de wetgever mag worden verlangd dat hij de regeling aanpast teneinde de beoogde benadering van de werkelijkheid te herstellen’.